Van burgemeesterswoning tot klein en fijn podium voor concerten

Vraag een willekeurige Rotterdammer waar ‘het Heerenhuys’ ligt, en hij zal je de richting wijzen naar het Park. Het pand met een rijke en interessante geschiedenis staat hier al eeuwen.

Hoewel het exacte bouwjaar niet bekend is, is zeker dat het pand er al in de achttiende eeuw stond. Het is namelijk voor het eerst te zien op een kaart van A. Dubreuil uit 1784.

De bewoners in het kort

Uit bouwhistorisch onderzoek van Bureau Polderman is gebleken dat het Heerenhuys ergens tussen 1770 en 1784 is gebouwd. Wie het huis toen bewoonden is niet bekend; pas vanaf 1799 is daar meer informatie over. Jan Jacob Elsevier (oud-burgemeester van Rotterdam) bewoont het huis, daarna neemt de dijkgraaf van Katendrecht zijn intrek. En het is dankzij de Duitse kunstliefhebber Nottebohm dat het huis op diverse schilderijen is vastgelegd: hij is de laatste privé-bewoner van het huis. Daarna wordt het verhuurd aan het Rode Kruis, ook de Hervormde Jeugdraad is er een aantal jaar gevestigd, net als de Nutsacademie en de Academie voor Beeldende Kunsten. Velen kennen het nog als restaurant Zochers. In de recente geschiedenis organiseerde Dudok er evenementen, nú klinken er wekelijks op de zondagochtend concerten, een initiatief van Stichting Droom en Daad. Vandaag de dag wordt er veel taart gegeten: Dudok appeltaart in de horecagelegenheid en bruidstaart bij huwelijken. Veel bruidsparen spreken er hun ja-woord uit.

Eerst drasland, toen woonhuis

Gedurende de 11e eeuw ontstond behoefte aan meer bouw- en landbouwgrond, doordat de bevolking van het gebied ten noorden van de Maas en de IJssel toenam. Het Graafschap Holland besloot daarom het drassige land aan de rechteroevers van deze rivieren in te polderen.
Vanaf de 13e eeuw ontstaan er polders omdat er op grote schaal dijken, uitwateringskanalen en sluizen worden aangelegd. Hierdoor werd ook de uiterwaard tussen Rotterdam en het dorp Schoonderloo (bij Delfshaven) bruikbaar voor bebouwing.
De polder kwam vanaf het midden van de 17e eeuw ook in trek bij de Rotterdamse elite, die hier tuinhuizen en moestuinen lieten verrijzen. Het zijn dankbare groene toevluchtsoorden, weg van de drukke binnenstad. Permanente bewoning van de polder is eerst verboden, maar in 1725 is dit door de toenemende populariteit van het gebied niet langer te handhaven. Vanaf dat moment wordt er een groot aantal landhuizen, oranjerieën, koetshuizen, personeelsverblijven en kassen gebouwd, inclusief weelderige tuinen.
Ook het gebied aan de Schoonderloose zijde van de grens kwam in trek en werd gedurende de 18e eeuw langzaam ingevuld met onder andere voorname buitenplaatsen; zo ook het huidige herenhuis “De Heuvel”.

De buitenplaats transformeert tot openbaar park

Wanneer het herenhuis “De Heuvel” exact gebouwd is, is niet bekend, maar vermoedelijk moet dit tussen circa 1770 en 1784 zijn geweest. De vroegste gebeurtenis in de (voor ons bekende) geschiedenis van het huis, is de verkoop in 1799. Het huis wordt in de verkoopadvertentie omschreven als een buitengewoon aangename buitenplaats met ruime vertrekken, een tuinmanswoning, personeelsvertrekken, een koetshuis, een paardenstal voor 14 paarden. Het statige pand stond in deze tijd ook nog op een dijk, direct aan de oever van de Maas en had daardoor een prachtig uitzicht over het water.

Jan Jacob Elsevier (patriot en oud burgemeester van Rotterdam) koopt het huis en gaat er samen met zijn huishoudster wonen. Kennelijk is hij niet tevreden met de hoeveelheid grond rondom het huis, want bij zijn dood blijkt dat deze met vijf hectare is uitgebreid. Doordat het huis hierdoor niet meer direct aan de Maas lag, maar op een heuvelachtig restant van de dijk te midden van de buitenplaats is het waarschijnlijk dat het in deze tijd de naam “De Heuvel” kreeg.
De volgende bewoner, Theodorus Marinus Roest (verkoper van wijnen en dijkgraaf van Katendrecht) bouwt een Chinese tempel en een ijskelder in de tuin.
De laatste bewoner, Johan Abraham Nottebohm (een Duitse kunstliefhebber) gaf gedurende de tijd dat hij op de buitenplaats woonde meermaals de opdracht tot het maken van schilderingen van het huis. We weten inmiddels ook dat hij klassieke concerten organiseerde, waar zelfs de bekende componist Frans Liszt voor naar Rotterdam kwam.

Na Nottebohms overlijden wordt het huis in 1869 openbaar geveild. Het stadsbestuur van Rotterdam heeft geen interesse, maar als jaren later blijkt dat de omvangrijke buitenplaats in handen van projectontwikkelaars dreigt te komen die er een villawijk willen bouwen, gaat het stadsbestuur overstag. In 1875 koopt zij het huis alsnog. De buitenplaats transformeert tot openbaar park – het eerste in Rotterdam – en is op gezette tijden open voor publiek. Op initiatief van stadsarchitect G.J. de Jongh wordt het in 1886 samengevoegd met het in 1853 gestichte en door J.D. en L.P. Zocher ontworpen Park, waardoor de basis voor de huidige situatie ontstond.

Herstel van het Heerenhuys

Vanaf het begin van de 20e eeuw zijn er onder leiding van het stadsbestuur diverse plannen voor de verbouw en restauratie van het huis. Daar komt echter weinig van terecht: bij het uitbreken van WOI neemt het Rode Kruis haar intrek en in 1944 vordert de Duitse bezetter het huis. Van 1946 tot 1954 is het een jeugdcentrum voor de hervormde jeugd van Rotterdam. De huur wordt in 1954 opgezegd omdat het huis beschikbaar wordt gesteld aan de Nationale Energie Manifestatie (E55) die in het kader van de wederopbouw van Rotterdam wordt georganiseerd. Het wordt gerestaureerd om dienst te doen als ontvangst- en informatiecentrum tijdens deze manifestatie. Tijdens de eerste editie van de Floriade in 1960 wordt er ten zuiden van het huis een oer-Hollandse tuin aangelegd en de Euromast geopend. Als Stadsherstel het herenhuis “De Heuvel” in 1996 van de gemeente koopt mét een restauratieverplichting, wordt het in 1997 in ere hersteld en opgeleverd aan de Dudok Horeca Groep.

Twintig jaar later vinden er opnieuw restauratiewerkzaamheden plaats. Zo wordt de achterkant van de villa in ere hersteld en krijgt het een deel van zijn oorspronkelijke indeling terug. Belangrijke partner bij dit project is Stichting Droom en Daad, die bijdroeg aan het historisch herstel van het rijksmonument en samen met de gemeente Rotterdam werkt aan een kwaliteitsverbetering van het Park als geheel.

Na vele jaren van besloten bijeenkomsten is het huis sinds mei 2018 voor iedereen toegankelijk omdat Dudok in het Park er haar deuren opent en Stichting Droom en Daad de Heerenhuyskamerconcerten initieert. Van verse koffie tot wekelijkse concerten, het Heerenhuys is the place to be.

Bron: Stadsherstel Historisch Rotterdam

Kom genieten in het Park, goed bereikbaar lopend, op de fiets of met het OV.

Lees meer